logo volh

"Een doodgezwegen internaat"

Het is opvallend als je verhalen over de geschiedenis van Heer leest je heel weinig tegenkomt over het voormalige internaat Huize St. Joseph.
Ook de gemeente Cadier en Keer rept met geen of weinig woorden over het internaat.
Je zou toch denken dat als binnen de grenzen van deze gemeenten duizenden kinderen hebben gewoond er enkele woorden over geschreven worden.
Niets is minder waar.

Een impressie welke verenigingen van Huize St. Joseph meededen aan de wekelijkse festiviteiten en competities in de regio;

Voetbalvereniging "R.K.V.V.V." (Jubileumuitgave "Zilver over het Voogdijgesticht te Heer")
Drumband "Tremonti" (Berggalm jrg. 22. nr.5 1961)
Harmonievereniging „St. Caecilia" (Jubileumuitgave "Zilver over het Voogdijgesticht te Heer")
Tafeltennis vereniging "Victoria" (Berggalm jrg. 15. nr.2 1954)
Volleybal vereniging "Victoria" (Berggalm Jrg 17. nr.2 1957)
Wandelclub "de Globetrotters" (Jubileumuitgave "Zilver over het Voogdijgesticht te Heer")
Wandelvereniging "De Trekkers" (1963 10-12 jarige)
Wandelvereniging "Het lopend vuurtje" (1963 6-10 jarige)
Zangkoor St. Gregorius" (Berggalm jrg. 14. nr.5 1953)
Mgr. Bekkersgroep Scouting Nederland. (1966 - 2000)

Naast de verenigingen deden de internaatkinderen ook mee aan carnavals optochten en andere festiviteiten in de omliggende gemeenten.
Zij waren intensief verbonden met Zuid Limburg en in het bijzonder met Heer en Cadier en Keer.

Niet alleen het bonte verenigingsleven, wat door de congregatie van de Priesters van het heilig Hart van Jezus (S.C.J.) voor de jongens werd georganiseerd, heeft een grote stempel gedrukt op de dorpen, maar ook de ontwikkeling in land en tuinbouw speelde een grote rol.
Het vakmanschap van broeder Michaël-Smith (tuinbouw) en broeder Jeroen-Boekema (boerderij) was in de wijde omgeving bekend en men maakte dankbaar gebruik van hun produkten en expertise.

Waar het in de eerste veertig jaren van het bestaan van het internaat financieel gezien een moeilijk bestaan was, begreep de regering aan het begin van de vijftiger jaren dat de zorg voor de jeugd naast een stabiele financiële basis ook een behoorlijke scholing voor de leiders benodigde.
Aan het eind van de jaren 50 werd een begin gemaakt met het geven van scholing aan bestuurders, leiders en leidsters.
Door de financiële ondersteuning vanuit Den Haag was het mogelijk achterstallig onderhoud in te halen en reeds begonnen bouwwerkzaamheden te voltooien.
Dat de gemeente Heer en later de gemeente Cadier en Keer van deze rooskleurige tijden hebben geprofiteerd staat vast.
De bouw van een nieuwe lagere school, 10 nieuwe paviljoens, een zusterhuis, een nieuwe Lagere Technische School en een grote Sporthal op het grondgebied van Heer was voor deze gemeenten van groot voordeel.
Na de gemeentelijke herindeling in 1970 is het internaat bij Cadier en Keer ingedeeld.
De geschiedschrijvers van deze gemeente maken er helemaal een potje van.
Waar de geschiedschrijvers van de gemeente Heer zich onthouden van de vermelding van de activiteiten van internaat bewoners, schrijven de geschiedschrijvers van Cadier en Keer in een toch wel negatieve toon over ex-internaat bewoners.

De woorden in de jubileumuitgave 75 jaar Huize St. Joseph uit 1986 moeten voor iedere geschiedschrijver toch te denken geven.

Meer nog dan een weeshuis drukte een opvoedingsgesticht een stempel op zijn pupillen, bovendien werden wezen door de buitenwereld met een zeker medelijden bejegend, de voogdijkinderen waren voor de brave burger maar al te vaak "gestichtsboefjes". Dat de betreffenden meestal geheel buiten hun eigen schuld in deze situatie verzeilt geraakt waren, realiseerde de buitenstaander zich nauwelijks of helemaal niet."...

Het is een noodzaak om de geschiedenis aan de hand van verslagen en afbeeldingen uit die tijd te presenteren en een realistische terugblik te presenteren.