logo volh

"De geschiedenis van de boerderij op de Heerderberg "

De agrarische sector van Huize St. Joseph en Huize St. Gerlach.


boerderij-200 remy Broeder Remy was de eerste "boer" op Huize St. Joseph. Met een door pater Kusters "georganiseerde" kar met paard vol met kippen, vertrok broeder Remy in alle vroegte begin mei 1911 vanuit Leuven naar Nederland. Na een vermoeiende reis kwam hij met zijn kippen aan de Nederlandse grens aan en moest eerst enige formaliteiten vervullen.
Na drie uur wachten mocht hij met zijn dorstige kippen en zijn mooi paard vertrekken naar "de Croon."

Reeds enkele maanden later nam broeder Remy zijn intrek in een bouwvallig optrekje wat op het aangekochte terrein stond en waar later een bloeiend boerderij bedrijf zou ontstaan. Wat Br. Remy voor Huize St. Joseph heeft betekend kan men niet genoeg benadrukken. Hij heeft niet alleen de bewoners van het internaat, maar ook de juvenisten en omwonenden steeds van het benodigde voedsel voorzien. Hij was naast het werk als boer ook als slager/slachter in de weer.
Hij stond er alleen voor en wederom zoals het voor alles het geval was, het was heus niet zo comfortabel ingericht als nu. Er was toen een open slachtplaats, waar de wind doorheen speelde en het is geen wonder dat door de zware arbeid hij rheumatiek en spit had opgedaan.

Br. Remy heeft ook met succes de belangen van het boerderij-bedrijf behartigd en het was ook een hele geruststelling, dat er op de boerderij, zo 's nachts in den winterdag, als het donker is, of als het stormt en dondert en bliksemt, Br. Remy met zijn geweer en kwade honden een oogje in het zeil hield.


   
 

Naar boven

   

De eerste ca. 20 jongens die werden opgenomen in de Kroon waren allen ouder dan 16 jaar. Ook in de navolgende jaren kwamen jongens die niet veel jonger waren op Huize St. Joseph. In de praktische beroepen van land en tuinbouw, mandenmaker, klompenmaker, metselaar, schilder, bankwerker, bakker en timmerman werden zij geschoold en diende tegelijkertijd voor de noodzakelijke inkomsten.

   
 
   

Op het land had men nooit te weinig werk. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat was men in touw. Nodige uitbreidingen van stallen en schuren werden door de leerlingen van de metselafdeling en timmerwerkplaats verzorgt. Voor de jongens was dit een perfecte voorbereiding op hun latere beroepsleven.

   
 
   

Naar boven


De melk uit de eigen melkerij was naast de consumptie voor de bewoners ook een dagelijkse bron van inkomsten door de melk in de omliggende dorpen te verkopen. Het waren moeilijke tijden en de vergoeding van de regering was bij lange na niet voldoende voor een goede verzorging. Dus moest ook hier een aantal jongens de mouwen opstropen en meehelpen. Bij de melkbussen een zeldzame foto van broeder Remy.

   
 
   

Broeder Jeroen-Boekema had inmiddels zijn werk als groepsleider verwisseld voor het werk op de boerderij waarbij hij het werk van broeder Remy, samen met broeder Cyrenus had overgenomen. Broeder Jeroen was trots op zijn veestapel. Met zijn koeien haalde hij regelmatig prijzen en verdiende als fokker van stamboekvee door zijn collega boeren veel respect.

   
 
   

Naar boven


In een artikel uit de Berggalm staat het volgende te lezen;
"Wist u dat broeder Jeroen een zwak heeft voor de schoonheid der Zuid Limburgse natuur?
Om deze natuur te verfraaien heeft hij de hele boerderij wit geschilderd, nee niet gekalkt hoor! Ga nu s.v.p. niet met 'n vuile broek of jas tegen de muren leunen, U zou er 't landschap mee ontsieren." Naast de koeien leefde er ook vele andere dieren op de boerderij. Niet alleen varkens maar ook honden, katten, kippen en vele andere nuttige en onnuttige dieren.

   
 
   


Stuk voor stuk zijn het mooie foto's die duidelijk laten zien hoe de jongens werden ingebonden in het dagelijks bedrijfsleven van landbouw en veeteelt. De praktische beroepen zoals de klompenmakerij en de mandenmakerij, die elders op het complex werden onderricht ondersteunde de boerderij. De metselaars, timmerlieden en electriciens deden dat op hun beurt. boerderij-200 jeroen Later leverde ook de automonteuren hun bijdrage aan het onderhoud. Helaas heeft het Ministerie de beroepen automonteur en electricien uit het lesrooster laten schrappen.

Niet omdat er geen voldoende animo was maar men vond deze opleidingen niet passen bij internaatbewoners!?
De beroepen manden en klompenmakerij raakte uit de tijd waardoor de leslokalen/werkplaatsen aan de bankwerkerij en smederij werden toegewezen.
Omdat de boerderij samen met de tuinderij de belangrijkste levensaders van het internaat waren, ondersteunde ook de nieuwe beroepen de boerderij daar waar ze konden.

Uiteraard had het internaat ook een onderhoudsdienst die uit enkele broeders en leken bestond maar ook daar werden jongens praktisch opgeleid als zij niet geschikt waren voor voortgezet onderwijs. Broeder Remy zal voor veel jongens niet meer dan een vage herinnering van een naam zijn. Een naam die zij soms weleens hebben gehoord. Anders is dat bij broeder Jeroen, deze man heeft bij vele internaatjongens een grote indruk achtergelaten. Toch hebben zij beide in gelijke mate, maatgevend bijgedragen aan de ontwikkeling van het internaat.
Zij hebben de maatschappij een grote dienst bewezen door honderden jongens een gedegen opleiding in landbouw en veeteelt te geven en duizenden jonge mensen gezond in de maatschappij terug te brengen waar zij op hun beurt hebben bijgedragen aan de welvaart waarin we nu leven.

Naar boven