logo volh

De geschiedenis van het monument



Veel oud bewoners kennen de verhalen van het bezoek van Koningin Juliana, Prins Bernhard en Koning Boudewijn die op 11 Juli 1959 een officieel bezoek brachten aan het Belgische verzetsmonument op het terrein van het internaat.

Het monument is nog steeds voor iedere oud bewoner een begrip en niet alleen door het bezoek van de koninklijke familie. Aan de kleinere jongens die op het schuine weitje iedere woensdagmiddag een balletje trapte kwamen en steeds weer aan het monument voorbij liepen kregen van de paters en broeders steeds weer antwoord op hun vragen over het wat en waarom.
Het maakte indruk op ons.
Voor ons was het iedere keer dat we daar voorbij liepen een soort trekpleister en menigeen bleef soms in gedachten verzonken staan, anderen lieten zich fotograferen met het monument op de achtergrond.
Zonder het te weten celibreerde de kinderen de vrijheid waarin zij, ondanks alle ellende die zij hadden doorstaan leefde en wisten toen nog niet dat zij dat ook aan deze en duizenden andere mensen die voor de vrijheid vochten te danken hadden..




De feestelijk uitgedoste laan langs het hertenkamp naar het monument.11-7-1959 © V.O.L.H.





Koning Boudewijn legt een krans bij de verzetsstrijders. .11-7-1959 © V.O.L.H.





Eerbetoon op hoogste niveau .11-7-1959 © V.O.L.H.





De kransen die door Koning Boudewijn, Koningin Juliana en Prins Bernhard zijn gelegd.© V.O.L.H.





Een tableau herinnerd nog aan dit bezoek. © V.O.L.H.




Tot zover de herdenking door de koningshuizen van België en Nederland in 1959.
In de Berggalm uit die tijd staan verslagen en afbeeldingen zelfs de toespraken die door verschillende hoogwaardigheidsbekleders zijn gehouden bij de onthulling van het monument op 12 september 1948.

Naast de afbeeldingen uit de Berggalm bestaan ook nog afbeeldingen in het fotoarchief van de V.O.L.H. zoals de eerste foto van het graf van de gefusilleerde.



Het eerste kruis op het nog recent gedolven graf van de verzetsstrijders. © V.O.L.H.




Waarschijnlijk nadat de lichamen waren overgebracht naar België heeft men op de plaats een nieuw kruis geplaatst met de namen van de gefusilleerden.



Fotoarchief © V.O.L.H.




Fotoarchief © V.O.L.H.



 

In enkele publicaties staat vermeld dat een Russische verzetstrijder mede om het leven zou zijn gekomen.
Klik op het beeld om te zien dat dit omstreden is. Op de vergrote afbeelding van het rechter naambord kun je duidelijk "N.N. Polen" lezen (Nomen nescio).





Uit de Berggalm 8e jaargang nummer 4 van 22 Oktober 1947 staat de volgende tekst;





14 SEPT. '47 .HERDENKINGSDAG



Het was Zondag 14 Sept., dat wederom in onze Kapel in tegenwoordigheid van de Belgische Consul, de Heren Burgemeesters van Heer en Maaseyk, van vele belangstellenden van deze twee plaatsen, een heilige Mis opgedragen werd.
De elf Belgische Vrijheidsstrijders en een Pool, die op ons terrein in het bos de dood vonden, werden herdacht.
Na de kerkelijke plechtigheid trok men in stoet, al biddende, naar de plaats, waar het houten kruis staat met de namen der gesneuvelden.

Daar werd het woord gevoerd door de Belgische Consul de Heer H. Ubachs, door de Voorzitter van het Comité tot oprichting van een blijvend monument, e.a. De Bredase beeldhouwer Toon Hendriks maakte een voorlopig ontwerp, dat men hoopt door de zorgen van het comité (Secr. Mockstraat 5, Heer) te kunnen laten uitvoeren.

Hierbij het ontwerp in maquette uitvoering.
Dit maquette werd ons welwillend door de Gazet van Limburg afgestaan; waarvoor onzen dank aan den Heer St. Kleyn.

In het bos achter het Voogdijgesticht te Heer vonden elf Belgische vrijheidsstrijders op de vooravond van de bevrijding der gemeente (12 Sept.) voor het Duitse vuurpeleton de dood.

Een houten kruis duidt thans de plek van deze moord aan.
De bedoeling is dit kruis te vervangen door een waardig, blijvend monument.

De Bredase beeldhouwer Toon Hendriks maakte een voorlopig ontwerp, dat men hoopt door de zorgen van een comité van actie (secr. Mockstr. 3 Heer) te kunnen laten uitvoeren.


Hiernaast het ontwerp in maguetteuitvoering.






Uit de Berggalm 9e jaargang nummer 4 uit 1948.





Indrukwekkende plechtigheid


op 12 September 1948



Het was op een mooie zonnige Zondagmorgen in de maand September, dat Huize St. Joseph te Heer een enorme belangstelling ondervond.
Het is heden 4 jaar geleden dat in ons bos, nabij het kerkhof, elf jonge mensen van het ondergrondse front B.N.B., Sector Maaseyk, en een onbekende van Poolse nationaliteit, hun moed en offervaardigheid met hun leven moesten betalen.

Het „Weekblad van Heer" van 22 Juni 1946 zegt, dat het eenvoudige houten kruis met de namen der slachtoffers wel enigszins afsteekt tegen de mooie, thans historisch geworden plek.
De Belgische inwoners der gemeente Heer hebben daarom begin Mei 1946 in het Patronaat een bijeenkomst gehouden, waar besloten werd een Comité op te richten, dat zich ten doel stelde op die geheiligde plaats een waardig grafmonument te plaatsen.

Dit Comité bestaat uit de heren: Jos. Ramakers, voorzitter; J. Vrijens, secretaris-penningmeester; L. Meesters, Jos. Geys en A. Gijsen bestuursleden.
Op de vergadering van Dinsdag 11 Juni 1946 is het comité uitgebreid met de navolgende personen: Erevoorzitters: de Edelachtbare Heren: J. H. Ubachs, Consul van België, Maastricht; Eugène Stiels, Burgemeester Maaseyk;A. G. H. M. Kessen, Burgemeester Heer; de heer M. Piters; Mevrouw Duykers; Mevrouw Peeters; Mejuffrouw Nijssens, Soc. Dienst B.N.B., Maaseyk; Weledele heer De Groen; Weledele heer Henri Huysmans, Griffier; Maaseyk; Weledele heer Ant. Janssens, Sector Overste B.N.B., Maaseyk; Weledele heer Adjudant Peters, Maaseyk.

Het Comité is er van overtuigd, dat alle inwoners van Heer dit initiatief niet alleen zullen toejuichen, maar ook geldelijk zullen steunen.
Dank aan de heer Vrijens, die mij gaarne de bijeenverzamelde gegevens heeft verstrekt, aangaande de voorbereiding en de plechtige onthulling van het op te richten monument.

Gedurende twee jaar heeft het Comité, onder leiding van de ijverige voorzitter Jos Ramakers, gelden bij elkaar verzameld en eindelijk is men zo ver gekomen, dat het ontwerp van beeldhouwer Jean Weerts te Maastricht uitgevoerd zal worden en vóór 12 September 1948 klaar zal komen.
Vooreerst iets over het monument zelf, dat straks door Zijne Excellentie Gouverneur Verwilghen zal onthuld worden.

Het is uitgevoerd in Franse Vaurionsteen en stelt voor een suggestieve beeldengroep, waarvan de hoofdfiguren zijn een naar voren springende leeuw, enkele figuren van verzetsstrijders in aanvallende houding en op de ravage der verwoesting een treurende vrouw met kind.
Het beeld meet bijna twee meter en is met het voetstuk in totaal drie meter hoog.
Dit alles ter oriëntering van de grote gebeurtenis van 12 September 1948.
Wij gaan nu terug naar die mooie, zonnige Zondagmorgen.
Omstreeks acht uur 's morgens komen reeds de eerste belangstellenden te voet, per fiets en per auto de bekende Pater Kustersweg op in de richting van ons huis, om getuige te zijn van hetgeen er gaat gebeuren.


Cliché „Gazet van Limburg
Cliché „Gazet van Limburg



Alles is voor die grootse plechtigheid van te voren besproken en geregeld door Pater Rector en de Edelachtbare Heer Burgemeester van Heer. Om de orde te handhaven zijn niet minder dan twintig maréchaussees, onder leiding van Commandant Hulsmans, aanwezig.
In de loop der jaren heeft ons huis ook in de belangstelling gestaan van een groot aantal bezoekers: o.a. bij het zilveren feest in 1936.

Maar zoals het op 12 September was, is het nog nooit geweest.
Het was dan ook een interessant gezicht, toen omstreeks negen uur de eerste grote autobussen uit België aankwamen met bezoekers, kransen en bloemstukken.
Het kon ook niet anders of er moest een groot aantal Belgen komen, daar het hier gold hun eigen landslieden te eren.
Volgens berichten uit de krant „Het Belang van Limburg", was er in alle plaatsen een grote reclame gemaakt; o.a. in Maaseyk, Rotem, Neeroeteren, Opoeteren.
De belangstelling van Belgische zijde was dan ook geweldig.
olgens schatting waren er wel acht honderd, die in twintig grotere en kleinere bussen naar Huize St. Joseph kwamen.

Inmiddels is het tien uur geworden en bevinden zich alle aanwezigen, ongeveer twee- tot drieduizend, in 't openluchttheater, waar de herdenking met 'n plechtige hoogmis zou beginnen.
De HoogEerw. Heer Deken Spitz van Maaseyk, geassisteerd door Pastoor Janssen van Scharn en Pater Slangen van Huize St. Joseph, droeg een Plechtige H. Mis op.
Het openluchttheater leende zich uitstekend voor deze plechtigheid, niet alleen vanwege de schitterende ligging, omgeven door bos en groen, maar ook vanwege de ruimte, om die mensenmassa te kunnen bevatten.

Kunstig was op het hoogste punt een altaar geplaatst.
Rond het altaar stonden de vlaggen — een dertigtal — van de verschillende Belgisch-Limburgse Verzetslieden.
Achter het altaar, was in het vierkant, een grote witte achtergrond in elkaar gezet, waarboven een reuzebouquet oranjebloemen prijkte. Alles was met smaak verzorgd en had zijn bijzondere betekenis.

Deze H. Mis werd door een groot aantal genodigden en talrijke anderen bijgewoond.
Het waren: Zijne Excellentie Mr. Dr. F. Houben, Commissaris der Koningin in Limburg; Zijne Excellentie Baron H. Verwilghen, Gouverneur van Belgisch-Limburg; Burgemeester Kessen van Heer en Wethouders; de Hoog Edelgestrenge Heer H. Ubachs, Belgisch Consul te Maastricht en Echtgenote; de Heer Huysmans, Voorzitter Federatie Politieke Gevangenen, Kanton Maaseyk; de Heer Beelen, Voorzitter Staten Generaal; de Heer T. Lambrechts, leider van het B.N.B.; H. Janssen, Sector Overste van Maaseyk; Kolonel Servais, Attaché der Belgische Ambassade; vier afgevaardigden van de Belgische Verzetsbeweging; H. Marx, Vrederechter Maaseyk; de Edelachtbare Heer H. van der Donck, Burgemeester van Maaseyk; Inspecteur belastingen te Maastricht, Voorzitter van de Verzetsbeweging te Maastricht en talrijke anderen.

Gaarne maak ik hier nog melding van de aanwezigheid van Freule Schoenmakers-Dumonceau, Villa Bergerstraat Amby, welke haar onvergetelijke zuster Helène ons in het geheugen roept.
Zij, die freule Helène van meer nabij gekend hebben, weten maar al te goed, wat zij voor ondergronds werk verrichtte in het belang van de goede zaak. Vol toewijding en zonder vrees was zij, om zo te zeggen, dag en nacht in de weer, tot zij eindelijk het slachtoffer werd van de oorlog. Gedurende meerdere jaren verbleef zij in een kamp, ver van haar geliefd vaderland, tot de bevrijding kwam. Eenmaal bevrijd vertoefde zij nog geruime tijd in Zwitserland, om weer wat op krachten te komen.

Maar helaas, haar krachten waren te zeer uitgeput.
Geheel overgegeven aan Gods H. Wil overleed zij aldaar en rust nu daarginder in het graf, waar zij eenmaal de opstanding verwacht.
Moge O.L. Heer haar voor al de goede werken tijdens haar leven verricht aan de lijdende mensheid, reeds lang het verdiende loon geschonken hebben.
Dat is onze vurige bede. Moge echter ook haar lichtend voorbeeld voor ons allen een aansporing en aanmoediging zijn, om door goed te doen en weldaden rond te strooien, dat zelfde loon eenmaal te verwerven.
En met onze moeder, de H. Kerk, bidden wij van ganser harte: Geef haar, o God, de eeuwige rust en dat het eeuwige licht haar verlichten moge.
Na dit intermezzo keren wij met onze gedachten terug naar het openluchttheater.
Te 11.15 uur was de kerkelijke plechtigheid afgelopen en de massa trok verder het park in, vlak voor de plaats waar het monument stond, omhuld met de Belgische kleuren.
De personaliteiten, de nabestaanden van de gefusilleerden, leden van het Comité, naast geestelijke en wereldlijke overheid, namen plaats op voorbehouden stoelen.
Links en rechts van het monument wapperden de nationale vlaggen van Nederland en België.

Een ganse serie vaandels van Geheim Leger, Verzetsbewegingen, Oud-Strijders, Gebroken Vleugels en anderen werden langs weerszijden van het monument opgesteld.
Na tromgeroffel door de Scouts voerde de Harmonie van Heer het bekende „Largo" van Handel uit.
Daarna nam de Edelachtbare Heer Kessen, Burgemeester van Heer, het, woord en gaf in ontroerende taal uiting van zijn gevoelens.


Op de 12e September 1944, slechts weinige uren voor de bevrijding van deze gemeente en haar omgeving, zijn op de plek, waar het monument, dat nu gaat onthuld worden, twaalf mannen gefusilleerd, waarbij elf leden van een Belgische verzetsgroep.

Deze werden in het bosrijke gebied van Belgisch Limburg nabij het plaatsje Rotem, na .een kort maar hevig vuurgevecht met de vijand en zijn handlangers, gevangen genomen en zeer waarschijnlijk in deze gemeente berecht.
Ben aantal hunner krijgsmakkers, dat nog niet berecht was, werd van hier naar Schinveld gevoerd en vandaar naar Duitsland overgebracht, alwaar in Gangelt nog zeven hunner werden doodgeschoten.

Dit is in korte en nuchtere woorden het slot van een epos, een heldengeschiedenis, die aanving op het moment, dat het rechtgeaarde deel van de bevolking in alle bezette gebieden tot het besef kwam, dat de vijand de in ongeschreven natuurwetten verankerde rechten van de mens met voeten trad en de hem krachtens internationaal recht toekomende bevoegdheden als bezetter verre en grof overschreed; op het moment dus, waarop in die bezette gebieden bewust of onbewust het besef levendig werd, dat het geoorloofd, zo dan niet plichtmatig was om die vijand met adaequate middelen te bestrijden en hem te verhinderen om zijn snood beraad te volvoeren.
En thans staan wij voor het epiloog van dit epos, de apotheose van het heldendom dezer gevallenen, nu hun namen zijn gegrift op het graniet, symbool van onsterfelijkheid en een monument, lapide perennium, duurzamer dan steen, zal worden opgericht in de vorm van een stichting, die tot in lengte van jaren zal waarborgen, dat hunne nagedachtenis wordt geëerd en regelmatig voor hun zielerust zal worden gebeden.

En terwijl wij hier staan op dit, voor het verzet zo historische ogenblik, wordt ons gemoed bewogen door gevoelens van verschillend karakter.
Zijn wij eensdeels smartelijk vervuld om de dood van deze jonge levens, de nobelste onder ons, andersdeels vervult ons dit sterven toch ook weer met trots, omdat wij daaruit weten, dat ook onze generatie nog helden voortbrengt en ook al is deze plek doordrenkt van martelaarsbloed en besprenkeld van- tranen van hen, die hier weenden,
toch is zij ook voor ons een bron, waaruit wij rijkelijk kunnen putten: liefde voor vaderland, vrijheid en recht.
Want bij alle leed, dat in ons is, bij alle verfoeiing van het kwaad, dat hier geschiedde, moeten we met Augustinus erkennen, dat God in alle kwaad, dat Hij tolereert, een bedoeling naar het goede legt en dat alle leed ook een kern van vreugde bevat.
Vaderland, Vrijheid en Recht, niet meer woorden, maar begrippen geworden in bange bezettingstijd, analyse van het strijdersideaal, ideaal, waarvoor de ware verzetsman vermocht te lijden en voor de verwezenlijking waarvan hij dorst te sterven.

Omdat zij, die hier vielen,, door dit ideaal begeesterd, de vijand bestreden, is hun strijd een heldenstrijd en hun dood een sterven om een rechtvaardige zaak.
Het is goed dit te constateren, nu wij hier staan om hun dood te herdenken en deze herdenking ons een beeld voor de geest tovert, het beeld van die 12e September, van de vallende avond en in die avond deze mannen voor het vuurpeleton.
En vooral zij, die naast dat beeld nog een andere beeltenis reëel gegrift hebben in hun hart, het beeld van een vader, van een echtgenoot of van een zoon, die hier viel, vragen zich daarbij met nimmer aflatende smart en bezorgdheid af, hoe zij die dood zijn ingegaan.

Moeten wij dan denken aan dat weliswaar sublieme vers van de grote Homerus, die ons beschrijft, hoe plots een krijgsman komt te staan voor het moordend werktuig van Aggileus — en dan zegt Homerus ons, hoe die man daar staat.
Hij is maar 'n mens en van natuur bevreesd voor het leed en de pijn en hij siddert en trilt in 't aangezicht van de dood.

O, nee, want als wij weten, dat zij, die hier stierven, vielen voor dat schone ideaal, dat hun dood een sterven om de gerechtigheid was, dan kennen wij het woord van Paulus: gratia mea sufficit tibi, dan, op dit allesbeheersende, hoogste levensmoment van de martelaar is God met voldoende genade daar en zo kan het dan gebeuren, dat deze mannen, mensen als wij, van nature bevreesd voor de dood plots konden opstijgen tot de hoogte van het heldendom en onvervaard de dood konden aanschouwen door de kracht van Gods bijzondere bijstand.
Nam virtus in infirmitate per-ficitur, zegt Paulus verder, want dan wordt in de zwakheid de dapperheid volmaakt.

Zo sterft een martelaar, zo sterft een held, zo sterven allen, die zich offeren om een groot ideaal en voor het geluk van anderen.
Tot dit besef moeten zij komen, die nog steeds treuren om het smartelijk verlies, want deze gedachte bergt een schat van troost en opbeuring, zoals ook dat andere woord van Paulus hen moge sterken, namelijk dat geen mens meer lijden ontvangt dan hij dragen kan et faciet proventum ut possitis sustinere en God zal U zoveel goeds geven, dat gij het leed verdragen kunt
Ziet daar in korte trekken de gemengde gevoelens, die ons, zoals ik reeds zeide, op dit ogenblik beheersen: droefheid om de dood dezer mannen, trots om hun heldendom en medeleven met hen, die achterbleven.

De bevolking van Heer en met name het Comité, — dankbaar om de hulp, welke het ook uit België ontving, — verheugt zich om deze dag, omdat op deze dag een taak wordt beëindigd, welke het als de vervulling van een ereplicht heeft gezien.
Ereplicht, omdat de bodem dezer gemeente werd geheiligd met het bloed van martelaren in een gemeenschappelijke strijd tegen een meedogenloze vijand.
Wij hopen, dat het
Belgische volk in de oprichting van dit monument wil zien een daad van piëteit jegens zijn helden en een bewijs van onze oprechte vriendschap.

En moge daarnaast dit monument ook nog beantwoorden aan een ander doel, dat zich de oprichters hebben voor ogen gesteld, namelijk, dat het ertoe moge bijdragen, dat nimmer vergeten worden de offers, die om onze vrijheid werden gebracht, nimmer vergeten worden, die hun leven offerden, nimmer vergeten worden die achterbleven.

Moge dit monument levendig houden de eerbied, de eerbied voor het heldendom en voor de helden.
ant boven dit monument en boven alle monumenten die zijn of zullen worden opgericht, moest met vlammende letters geschreven staan het eeuwige woord van Sophocles: eerbied bewijzen is een deugd.
Mijnheer de Gouverneur, het is mij een bijzonder voorrecht in Uw persoon de bevolking Uwer provincie, aan dewelke wij zo verwant zijn, te kunnen verzekeren, dat het Comité zijn taak met liefde heeft vervuld en dat het daarbij in deze gemeente allerwege de nodige medewerking heeft verkregen.
Moge ik U verzoeken thans de onthulling van het monument te willen verrichten.



Cliché „Gazet van Limburg
Cliché „Gazet van Limburg





Fotoarchief V.©.L.H.






Na deze woorden, welke op alle omstaanders de diepste indruk gemaakt hadden, trad Zijne Excellentie Gouverneur van Hasselt, de Heer Baron Verwilghen naar voren.
Hij sprak zijn dank uit namens alle Belgen aan het uitvoerend Comité en aan de gemeente Heer voor de eer, bewezen aan de gevallen helden. Hij voegde hieraan toe, dat naast de economische band, die beide landen verbindt, nu ook de band van bloed hen verenigt.
Als blijk van waardering legde hij een prachtige krans van bloemen neer. Daarna werd de Belgische vlag, die het monument bedekte, weggetrokken terwijl tromgeroffel weerklonk en het „Te velde" werd geblazen.
Mevrouw de weduwe van de gevallen commandant Beazar trad naar voren en deponeerde eveneens een krans.
De vlaggen, die zich rondom het monument bevonden, negen, terwijl het Caeciliakoor van Heer het prachtige lied „Boven de Sterren" zong.
Onnodig te zeggen, dat alle omstaanders bij de aanblik van het monument ontroerd werden.

Ze konden zien wat de kunstenaar-beeldhouwer op zo'n treffende wijze had weten uit te beelden.
In de expressie van de figuren en in de compositie van het geheel heeft hij op treffende wijze de betekenis van de ondergrondse strijd gekarakteriseerd.
Men ziet de drie verzetshelden, stoer de blik vooruit gericht, in hun houding de zekerheid dat hun strijd zal leiden tot het gestelde doel, de vlag geheven, de grimmige leeuw uit het Belgische wapen, de verlossende toekomst in.

Na deze ontroerende plechtigheid kwam de Heer Gouverneur van Limburg, Mr. Dr. F. Houben voor de microfoon en sprak:

„Op deze heilige plek vloeide het bloed van de beste zonen van België en opdat men nooit moge vergeten, welk offer deze jonge mannen brachten, werd dit feit vereeuwigd door het beeld van onverwoestbare steen.
Deze mannen hebben de goede strijd gestreden en men kan er zeker van zijn, dat zij de palm der eindvictorie bevochten.
Mogen allen, die deze heilige plaats passeren, dit doen met een gebed op de lippen voor de zielerust van deze helden".


Deze woorden, gesproken door het hoogste burgerlijke gezag in onze provincie Limburg, getuigen van de diepe godsdienstzin welke hem bezielt en waarmee hij alle rechtgeaarde bezoekers opvordert niet alleen te zien naar hetgeen de onverwoestbare steen voorstelt, maar dat de vele bezoekers en voorbijgangers er niet mogen komen dan om een stil en vroom gebed naar omhoog te zenden voor de gevallen helden.
Dat is ook de bedoeling geweest van voorzitter en leden van het Comité, dat het monument op deze gewijde plaats moest komen.

Het zou en moest een bedevaartplaats worden, waar elk jaar 5 Mei en 12 September ontelbaren zouden heen pelgrimeren, om met een bede naar omhoog de gevallen jonge levens te gedenken.
Nadat Zijne Excellentie Mr. Dr. Houben namens provincie en geheel Nederland een mooie krans van bloemen voor het monument neergelegd had, kwam de laatste spreker aan het woord.
Het was de Weledele Heer Albert Wouters, de tegenwoordige chef van de politieke gevangenen te Maaseyk, die voor zijn ondergronds werk verschillende jaren in het kamp had doorgebracht.
In gloedvolle bewoordingen bracht hij de tragedie in herinnering, die te Rotem (België) begon en hier eindigde.
Wij laten hier volgen op welke wijze hij zijn gevoelens tot uiting bracht.


Diepbedroefde Familieleden,
Excellentie,
Dames en Heren,

Als wij, Belgische Weerstanders, hier vandaag in Nederland zijn, dan heeft dat voor het verzet van deze beide Beneluxlanden een uitnemende betekenis.
Hier worden vandaag onze banden van trouwe vriendschap gesmeed, rond het gedenkteken van elf gevallen Belgische Weerstanders.
De talrijke opkomst uit België onderlijnt wel degelijk de gevoelens, die ons bezielen.
In naam van de Belgische Weerstand meen ik dan, dat het mijn plicht is hen te bedanken, die geen geld of moeite spaarden om dit monument te doen oprijzen.
Dit initiatief verdient alle lof, temeer daar het geboren is uit de tragische Septemberdagen van 1944.
Deze jongens, die hier zo moedig stierven, hadden de oproep van de geallieerde generale staf beantwoord en bleven hun plicht tot het uiterste trouw in het schuiloord Rotem.

Met de vaste wil niet te capituleren bonden zij de strijd aan met de veel sterkere vijand en het gevolg was dat zij gevangen genomen werden. Voor deze 26 verzetslieden begon nu een Calvarietocht van Rotem naar Heer, waarvan wij ons nauwelijks een denkbeeld kunnen vormen.
De zone-overste Gustaaf Beasar met zijn 10 trouwste medewerkers, die bijna vier jaren lang de netten van de vijand waren ontglipt, stierven hier als ware helden.
Wij weien het dappere Beazar, dat gij niet hebt willen spreken, omdat gij te veel mensenlevens in uw handen had.

Ik heb u daarvoor te goed gekend, dat gij mét en vóór uw makkers niet kondet overwonnen worden, al moest u dat ook het leven kosten.
Als moedige en onversaagde officier zijt gij hier aan het hoofd van uwe manschappen gesneuveld.
Wij kunnen ons goed indenken in uw tragisch lot en wat het, volgens ooggetuigen, een verschrikkelijke laatste nacht voor u en uw makkers geweest is, die bewuste laatste nacht, die gij hier in een nabijgelegen kelder hebt moeten doorworstelen.
Van deze tragedie waart gij, Nederland, een eenvoudige getuige en hebt ze door deze gedenksteen willen vereeuwigen.

Gij mannen, die hier gevallen zijt, gij waart de bouwers van deze tempel en de sjouwers van de stenen, maar helaas, gij hebt de tempel der vrijheid hier niet mogen betreden.
Nederlands Verzet. Deze jongens streden met u voor eenzelfde doel nl.: de vrijheid van beide landen — van Noord en Zuid! In oorlogstijd bestond die samenwerking.
Waarom zou ze nu niet blijven bestaan?
Wij hebben immers nog zoveel te bouwen om een duurzame vrede te verkrijgen.

Het is nog een edele taak, die wij te vervullen hebben, opdat onze en uwe vrijheid moge gehandhaafd blijven in de na-oorlogse stijd, die ook nu nog over Europa woedt.
Het is tegen de expansiezucht der groten en machtigen, dat wij ook nu nog schouder aan schouder moeten strijden en vechten.
En het is juist in die zin, dat wij Beneluxbroeders zijn.
Thans roept men ons, om elke dictatuur te vergruizelen en dat wij een hechte vrede nastreven.

Wij hopen dan ook, dat elk jaar hier op deze heilige plek een ware en oprechte verbroedering moge plaats vinden van Noord en Zuid.
En gij, ouders en opvoeders van Nederland, komt met uw kinderen, die de toekomst van uw land zijn, hierheen en vertelt hun van de moed en opofferingsgezindheid van hen, die hier hun kostbaar leven offerden voor de heilige zaak der vrijheid van ons allen.
Mogen uw kinderen ook meer en beter beseffen, hoe kostbaar het grote kleinood is van de vrijheid, waarvoor deze en ontelbare andere helden het kostbaarste offerden, wat zij ook maar geven konden. Mogen zij ook eenmaal paraat staan, wanneer het nodig mocht zijn, om zich op te offeren voor het Vaderland, zoals deze helden het deden.
Tenslotte wil ik namens de diep bedroefde familieleden, in naam van alle Belgen hier aanwezig, ja zelfs in naam van geheel België, onze oprechte dank uitspreken aan de Edelachtbare Heer Burgemeester van Heer, geheel bijzonder aan het inrichtend Comité en aan allen, die meegewerkt hebben tot liet instand komen van dit mooie en onverwoestbare monument, dat in lengte van dagen zal getuigen van uw aller edelmoedigheid.

Na deze indrukwekkende redevoering speelde de Harmonie „Heer Vooruit" het Belgische volkslied: La Brabanqonne gevolgd door het Wilhelmus.
Onafgebroken werden dan kransen (13 in getal) en 23 bloemstukken door autoriteiten, familieleden van de gefusilleerden, door muziekgezelschappen, zang en toneelvereniging voor het monument neergelegd.
Van het Comité te Heer ontvingen wij de foto's van de gevallen Belgische helden, die wij gaarne bij deze gelegenheid nog bijvoegen.
Het vaderland zal deze helden niet vergeten. Hun namen zijn door de heer L. Kokelkoren te Heer in blauwe hardsteen gebeiteld.
Links en rechts van een zwart marmeren kruis staan de namen, met het volgende opschrift:



Bewerkte foto - Fotoarchief V.©.L.H.

- 1-    G. Beazar Kessenich
- 2-    P. Jaeken Neeroeteren
- 3-    P. H. Driessens Maaseyk
- 4-    M. J. Leenders Maaseyk
- 5-    J. M. Wolfs Maaseyk
- 6-    J. Eerdekens Gruitrode
- 7-    J. Teelen Neeroeteren
- 8-    G. J. Langers Maaseyk
- 9-    W. Conen Molenbeersel
-10-   A. Leroy Neeroeteren
-11-   J. L. Wolfs Maaseyk



Verzetsstrijders — Sector Maaseyk — België
die 12-9-1944 op deze plek door de vijand werden gefusilleerd.

Tot slot maken wij nog melding van een mooie daad van Piëteit, welke de heren van het Comité bij deze gelegenheid hebben gesteld.
Het is alles mooi, aldus voorzitter Ramakers, dat hier een in steen gebeiteld gedenkteken geplaatst wordt.

Er moet echter nog iets meer bijkomen.
Het is onze uitdrukkelijke wens, dat er ook iets blijvends aan verbonden wordt in de vorm van Heilige Missen.
Dat nl. elk jaar in lengte van dagen heilige missen zullen gelezen worden, die de overledenen ten goede zullen komen.

De heren van het Comité konden niets mooiers doen dan juist de zielen te gedenken in het H. Misoffer, dat voor hen in Huize St. Joseph zal opgedragen worden.
Het zal hun tot voldoening strekken, dat niet alleen een in steen gebeiteld monument hier staat, maar ook dat de arme zielen van hen, die hun jonge leven gaven, in het H. Misoffer en in de gebeden herdacht zullen worden.
Ik wil eindigen met het woord van de laatste spreker, de heer Albert Wouters uit Maaseyk. „Elk jaar", zo zeide hij, „zullen wij op deze plaats bij elkaar komen om onze helden te gedenken, om aldus blijk te geven van ons meeleven met de treurende familieleden van hen, die op deze heilige plaats de palm der overwinning behaalden en de eeuwigheid ingingen."

Pater J. v. Hommerich S.C.J.









Een stille getuige Fotoarchief © V.O.L.H.